Vleermuisonderzoek energietransitie - Baardvleermuis eDNA
De kennis over de verspreiding van de baardvleermuis (Myotis mystacinus) in Nederland is beperkt. Voorkomen en verspreiding van de groep baardvleermuis/Brandts vleermuis (Myotis mystacinus/brandtii) in Nederland is vooral bekend van winterverblijven. Alleen bij hanteren is er een onderscheid te maken. Dat is in winterverblijven alleen bij uitzondering gebeurd. Dit om verstoring te voorkomen. Ook bij vondsten op ‘kerk’-zolders worden dieren daarom bij voorkeur niet gehanteerd. Zoeken van verblijfplaatsen in gebouwen – anders dan kerkzolders – en bomen gebeurt niet actief. Afvangen van dieren is daarom eveneens zeldzaam. Vangen met netten in bossen is een nieuwe bron van informatie, maar er wordt nog lang niet in alle bossen gevangen.
De baardvleermuis is ook met een vleermuisdetector niet te onderscheiden van de Brandts vleermuis.
De beschikbare data van determinaties in de hand (winterverblijf, zolders, vangsten, vondsten) laten echter zien dat de baardvleermuis in heel Nederland gevonden kan worden (in de geschikte habitat) terwijl voorkomen en verspreiding van de Brandts vleermuis vooral oostelijk ligt.
Zoals gezegd is het mogelijk om deze soorten te onderscheiden bij hanteren en controleren van hun kenmerken, d.w.z. verschillen in tandvorm (♀ en ♂) en/of penisvorm (♂). Een andere manier is om eDNA-analyse uit te voeren op de verzamelde keutels.
Van baardvleermuizen is bekend dat ze gebruikmaken van gebouwen als verblijfplaats (Boston et al. 2010; Buckley et al. 2013). De baardvleermuis is een van de soorten in Nederland die ook verblijven heeft op zolders van oude gebouwen zoals kerken, kastelen en kloosters. Een deel van de zolders en torens (objecten) in Nederland wordt bezocht door vrijwilligers voor het NEM zoldertellingen vleermuizen (Broer et al. 2025). Er zijn locaties met zolders en andere objecten waar de bevestiging van de aanwezigheid van de baardvleermuis is gedaan.
Het doel van dit pilotproject is aandacht te geven aan bemonsteringslocaties binnen 10x10km hokken in het potentiële leefgebied van de baardvleermuis maar waarvan geen waarnemingen van de soort bekend zijn en 10x10km-hokken waarbinnen wel waarnemingen zijn gedaan.
Er worden objecten geselecteerd en vervolgens worden vrijwilligers, die deze objecten jaarlijks monitoren, benaderd met de vraag of zij uitwerpselen van vleermuizen willen verzamelen. De keutelmonsters worden vervolgens door Datura Molecular Solutions B.V. geanalyseerd op vleermuissoort in het DNA van de keutels. Dit is gedaan in 2023 en in 2025.
De hoofdvraag is: Wat is de haalbaarheid van het bemonsteren van zolders op eDNA in uitwerpselen van vleermuizen binnen het meetprogramma NEM Zoldertellingen vleermuizen om het voorkomen en de verspreiding van baardvleermuizen te bevestigen en leveren die bemonsteringen nieuwe verspreidingswaarnemingen op?