Vleermuisonderzoek energietransitie - Vale vleermuis zoldertellingen
Najaar 2020 heeft het ministerie van LVVN een subsidie toegekend voor de agendabepaling van monitoring en onderzoek aan vleermuizen in het kader van de energietransitie. Dit onderzoek (“fase 1”) is eind 2021 afgerond. Als vervolg daarop is een tweede onderzoek opgestart (“fase 2”): “Vleermuisonderzoek Energietransitie”. Het onderzoek van fase 2 bestaat op hoofdlijnen uit twee onderdelen:
- deel A: Verbetering monitoring van de landelijke Staat van Instandhouding (afgekort: SvI)
- deel B: Bewezen effectieve maatregelen.
Deel A richt zich op:
- (nieuwe) methodes (landelijk) toe te passen en eventueel uit te werken, onder andere zodat opname in het NEM wordt gefaciliteerd
- kennislacunes op te lossen én
- tegelijkertijd voor de Habitatrichtlijnrapportage 2019-2024 belangrijke data te genereren
De vale vleermuis (Myotis myotis) is een soort die in Nederland niet veel wordt waargenomen. Waarnemingen worden met name gedaan in de winterperiode, als de vale vleermuis in winterslaap is. Middels het NEM meetprogramma wintertellingen wordt jaarlijks de aantalstrend van deze soort bepaald door het tellen van overwinterende individuen in winterverblijfplaatsen zoals mergelgroeves, bunkers, (ijs)kelders en forten.
Er is echter nog maar weinig kennis over waar de soort in de zomer verblijft. In Nederland kennen we slechts één kraamlocatie. Deze bevindt zich in het zuiden van Limburg. We weten dat de vale vleermuis sterk afhankelijk is van verblijfsplekken, waarbij de kolonie in de kraamperiode vaak maar één kraamverblijf gebruikt. Dit is de plaats waar de vrouwtjes verzamelen om hun zwangerschap te volbrengen en de jongen te laten opgroeien. Vaak wordt deze plek gedurende het hele jaar gebruikt. Vale vleermuizen zijn trouw aan hun verblijfplaats en hangen ook binnen de verblijfplaats vaak op dezelfde plek. Tijdens de kraamperiode vormen ook mannetjes grotere groepen.
Het type verblijfplek verschilt per regio, waarbij in het warmere zuiden van Europa vale vleermuizen vooral in ondergrondse ruimtes als grotten en verlaten mijnen worden gezien. In het koudere Centraal-Europa, ten noorden van de Alpen gebruiken ze vooral gebouwen, bijvoorbeeld warme met leisteen gedekte (kerk)zolders. Dat maakt ze kwetsbaar voor verbouwings- of isolatiewerkzaamheden of de herbestemming van (kerk)gebouwen. Meer kennis over waar de vale vleermuis in de zomerperiode verblijft is dus van groot belang.
Door middel van literatuuronderzoek en het raadplegen van de Nationale Databank Flora en Fauna (afgekort: NDFF) worden in deze notitie zomerwaarnemingen van de vale vleermuis in Nederland gebundeld en wordt bepaald op welke plekken het zinnig is om onderzoek naar deze soort te intensiveren.