De tweekleurige vleermuis in NO-Groningen - risico-analyse verblijfplaatsen en foerageergebieden
In Noordoost-Groningen bevindt zich nabij het Eems-Dollard estuarium een kraamgroep van de tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus). De tweekleurige vleermuizen gebruiken in deze dorpen nabij de Eems woonhuizen als kraamverblijfplaatsen.
De populatie van de tweekleurige vleermuis in Nederland is met een geschatte omvang van circa 100 reproducerende vrouwtjes zeer kwetsbaar. Vanwege de kwetsbaarheid van de populatie en de vele potentiële risico’s binnen het leefgebied in Noordoost-Groningen heeft Ecosensys in de periode 2019 – 2024 in opdracht van de provincie Groningen en de Zoogdiervereniging onderzoek uitgevoerd naar de tweekleurige vleermuis. Het onderzoek was gericht op onder andere de omvang van de populatie, het terreingebruik van de soort en de ligging en kenmerken van verblijfplaatsen. Daarnaast zijn risicofactoren die een negatieve invloed kunnen hebben op de populatie bepaald, om aan de hand daarvan tot een betere bescherming van de soort te kunnen komen.
Er heeft in de periode 2019 – 2024 uitgebreid veldwerk plaatsgevonden, waarbij is gewerkt met verschillende onderzoekstechnieken, zoals ultrasone recorders, warmtebeeldcamera’s en telemetrie.
Uit de onderzoeken komt naar voren dat de verblijfplaatsen van de tweekleurige vleermuizen in Groningen zich voornamelijk bevinden in de wat grotere dorpen Spijk, Bierum en Holwierde. In totaal zijn 19 verschillende verblijfplaatsen gedurende de kraamperiodes in de jaren 2019 – 2024 vastgesteld. Het werkelijke aantal verblijfplaatsen ligt waarschijnlijk nog hoger. De meeste verblijfplaatsen zijn aangetroffen in woonhuizen aan de rand van deze dorpen. De verblijfplaatsen van tweekleurige vleermuizen bevinden zich uitsluitend in woonhuizen of bijgebouwen uit de periode 1960 – 1990 met 1 à 2 woonlagen, een puntdak en betonnen sneldekkers als dakpannen.
Het globale begin van de kraamperiode viel zowel in 2019 als in 2020 in de derde week van mei. De periode dat de vrouwtjes ’s nachts terugkeren om te zogen lijkt ongeveer in de laatste week van juni te starten en eindigt half juli. De piek valt in de eerste week van juli.
Ondanks de nauwkeurige tellingen bij verblijfplaatsen is het aantal tweekleurige vleermuizen niet met zekerheid te bepalen. De aantallen fluctueren sterk tussen de jaren. Mogelijk wordt dit veroorzaakt doordat verblijfplaatsen worden gemist. De populatie heeft waarschijnlijk aan beide zijden van de Eems verblijfplaatsen. Tot op heden zijn er aan de Duitse kant van de Eems echter nog geen verblijfplaatsen bekend en hier vinden dan ook geen tellingen plaats. Het maximaal aantal waargenomen ("maximum number alive") adulte vrouwtjes was 80 (juni 2023). Het maximaal bij één verblijfplaats getelde aantal vrouwtjes bedraagt 62 (juni 2020). De range van aantallen zoals die nu aan de Nederlandse kant van de Eems bekend is varieert tussen de 30 – 80 adulte vrouwtjes. Hiermee omvat de populatie in Groningen circa 30 – 80 procent van de landelijke populatie van de tweekleurige vleermuis.
De tweekleurige vleermuizen richten zich sterk op de kustzone om te foerageren. Daarbij wordt bij voorkeur gefoerageerd boven de zeedijk, boven de door het gebied slingerende maren en bij houtopstand nabij de kust. De hoogste activiteit van tweekleurige vleermuizen werd in 2020 gemeten binnen het zuidelijke natuurdeel van de Dubbele Dijk, dat op dat moment onder water stond. De tweekleurige vleermuizen vliegen ook regelmatig boven de Eems om te foerageren. De home ranges van de gezenderde tweekleurige vleermuizen bestrijken ook de windparken van de Eemshaven, zoals de windparken Oostpolderdijk, Eemshaven Zuidoost en Oostpolder. Tijdens het foerageren vlogen de tweekleurige vleermuizen bijna voortdurend in de luchtlaag van 3 – 10 m boven maaiveld. Daarbij werden structuren in het landschap gevolgd, zoals de zeedijk, maren, slaperdijken, maren en bomenrijen. Slechts incidenteel zijn tweekleurige vleermuizen op 40 à 100 m hoogte waargenomen.
Verschillende risicofactoren kunnen effect op de staat van instandhouding van de tweekleurige vleermuizen in Noordoost-Groningen hebben:
- Aanvaringsslachtoffers van windturbines. Uit akoestische metingen in 2019 blijkt dat de kans dat tweekleurige vleermuizen op (rotor)hoogte vliegen in de migratieperiode groter is dan tijdens de kraamperiode. Het is echter niet zo dat er in de kraamperiode in het geheel geen tweekleurige vleermuizen op (rotor)hoogte vliegen. Dat er inderdaad slachtoffers vallen is aangetoond aan de hand van dood gevonden exemplaren. Door de windparken niet verder richting de verblijfplaatsen te laten uitbreiden en bestaande molens te voorzien van een stilstandsvoorziening kunnen slachtoffers binnen windparken worden voorkomen.
- Verlies van foerageergebied door aanleg van industriegebied, windparken en zonneparken is de laatste jaren aan de orde bij de Eemshaven. Door dit niet verder richting de verblijfplaatsen te laten uitbreiden kan verder verlies van foerageergebied worden voorkomen.
- Aantasting of verdwijnen van verblijfplaatsen door na-isolatie, dakrenovatie, zonnepanelen op daken en sloop en versterking van woonhuizen (versterkingsgebied in verband met ligging in aardbevingsgebied). Bij de planning van bouwwerkzaamheden moet daarom rekening worden gehouden met verblijfplaatsen van tweekleurige vleermuizen. Het is van belang dat provinciale en gemeentelijke beleidsmakers en vergunningverleners de beschikking hebben over de trefkanskaart voor verblijfplaatsen die aan de hand van de onderzoeksresultaten is samengesteld. Deze informatie kan worden opgenomen in provinciale en gemeentelijk Soortenmanagementplannen (SMP).
- Predatie door huiskatten vormt een relevant risico voor de kleine populatie van de tweekleurige vleermuis.
De populatie van tweekleurige vleermuizen zou kunnen worden versterkt door voldoende rekening te houden met de risicofactoren die er spelen en door alternatieve foerageergebieden in te richten. Mooie voorbeelden van nieuw ingerichte gebieden die een goede foerageerplaats vormen voor tweekleurige vleermuizen zijn het project Dubbele Dijk en de waterberging die recentelijk ten oosten van Spijk langs het Spijksterriet is aangelegd.
Het gebied van de Dubbele Dijk heeft veel potentie als foerageergebied voor de tweekleurige vleermuis. Meerdere van de gezenderde vleermuizen vlogen in 2019 bij voorkeur naar de Dubbele Dijk om te foerageren. Van de aanleg van kruidenstroken in het gebied kon op basis van akoestische metingen onvoldoende effect worden aangetoond. Bij de herinrichting en natuurontwikkeling van de Dubbele Dijk zou voor de tweekleurige vleermuis het beste kunnen worden ingezet op met riet omzoomd brak water.
Bij voortzetting van de huidige methode van jaarlijkse monitoring is het van belang om de tellingen van de tweekleurige vleermuis in het Eems-Dollardgebied voortaan grensoverschrijdend uit te voeren en ook aan de Duitse kant van de Eems een monitoring op te starten. Mogelijk dat de populatie toch groter is dan nu bekend.
De indruk bestaat dat de groep tweekleurige vleermuizen slechts kortstondig van een verblijfplaats gebruik maakt en regelmatig van verblijfplaats wisselt. Het onderzoek heeft daar nog onvoldoende inzicht in gegeven. Aanvullend onderzoek naar verblijfplaatsen door middel van telemetrie en akoestische metingen is daarom van belang om de soort goed te kunnen beschermen. Dit aanvullend onderzoek zou zich niet alleen moeten richten op de kraamperiode, maar ook op de periode augustus – september, wanneer nog steeds grote aantallen tweekleurige vleermuizen in het gebied aanwezig zijn, maar waarvan de verblijfplaats onbekend is.