Nachtelijke rustplaatsen cruciaal voor de meervleermuis
Voor het eerst is met GPS-zenders het habitatgebruik van meervleermuizen in kaart gebracht, bij vlieg- en rustgedrag. Overdag waren meervleermuizen voornamelijk in gebouwen te vinden. In de nacht bleken ze tussen het foerageren door opvallend veel te rusten in bomen of begroeiing. Dit betekent dat bosranden en alleenstaande bomen essentieel zijn als nachtelijke rustplaatsen voor meervleermuizen.
Een onderzoek met een bijzondere insteek
De meervleermuis (Myotis dasycneme) is een zeldzame habitat-specialist, waarvan een groot deel van de Europese populatie in Nederland verblijft. Helaas lopen de aantallen van deze gebouwbewonende soort flink achteruit, waardoor het risico bestaat dat deze lokaal uitsterft. Onderzoek naar hun leefgebied en gedrag is dus van groot belang. In de zomer van 2024 vond dan ook een zenderonderzoek plaats; een brede samenwerking tussen Nederlandse universiteiten, ecologische adviesbureaus, Stichting Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland en een onmisbare groep vrijwilligers. Tussen juni en augustus is op verschillende locaties (Rotterdam, Leiderdorp en het Meijendel duingebied) een totaal van 33 meervleermuizen gevangen en gezenderd, waarvan 10 succesvol data hebben geleverd. De meervleermuizen waren uitgerust met zowel GPS-zenders als bewegingssensoren. Door deze combinatie kon niet alleen de exacte locatie worden vastgesteld, maar werd ook duidelijk of de vleermuizen op die plekken rustten of aan het vliegen waren. De tracking data laten zien dat de meervleermuizen tussen het foerageren door een derde van hun tijd inactief zijn. De helft van dit rustgedrag vindt plaats in de buurt van hun jachtgebied (tussen 8 en 64 meter), aan bosranden of in alleenstaande bomen.
Het jachtgebied van de meervleermuizen bestaat vooral uit diverse zoetwaterplassen en waterwegen met voldoende insectenrijke oevervegetatie. Daarnaast benutten ze vaak rechtlijnige waterlichamen als verbinding tussen de rustplaatsen die ze overdag gebruiken en de nachtelijke jachtgebieden. De meervleermuis heeft dus profijt van een landschap dat niet alleen de mogelijkheid biedt om efficiënt boven water op insecten te kunnen jagen, maar óók veilige rustplaatsen levert.
Een jachtgebied op maat
De nieuwe inzichten die dankzij dit onderzoek naar voren zijn gekomen, hebben consequenties voor de inrichting van de leefomgeving van de meervleermuis. Het is namelijk niet voldoende om door middel van een variatie aan waterlichamen en vegetatierijke oevers geschikte jachtgebieden te behouden. Naast het aanbieden van foerageergebieden is het dus belangrijk dat er genoeg bomen of bosranden aanwezig zijn, die als mogelijke rustplek kunnen dienen. Door op deze manier bij de inrichting van het landschap rekening te houden met het gedrag van de meervleermuis is deze kwetsbare soort beter in staat te overleven.
Meer informatie
- Samenwerkingspartners: Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden (CML), Vrije Universiteit Amsterdam, Universiteit van Amsterdam, Radboud Universiteit, Bionet Natuuronderzoek, Parus Ecologie, Batweter advies en onderzoek, en Stichting Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland. Veel dank gaat uit naar de diverse terreinbeheerders, ondersteunende organisaties en de vele toegewijde vrijwilligers die hielpen bij het veldwerk.
- Het volledige dankwoord en het wetenschappelijke artikel zijn verschenen in Biological Conservation, te lezen via deze link.
- Wil je meer weten over de fascinerende wereld van de vleermuizen? Op 28, 29 en 30 augustus kun je deelnemen aan leerzame vleermuisactiviteiten tijdens de Nacht van de Vleermuis.
Tekst: Gijs van der Velden
Foto’s: René Janssen